|
Ventilatie
De ventilatie van een stal dient om:
· de damp te verwijderen die door de dieren, hun uitwerpselen en oor vochtige voeders wordt afgescheiden,
· de gassen (CO2,) te verwijderen die door de dieren en door het gisten van de uitwerpselen (ammoniak, ) worden geproduceerd,
· het stof naar buiten te werken,
· de zuurstof aan te brengen die de dieren nodig hebben om te overleven.
In de winter is de luchttemperatuur van een correct en natuurlijk verluchte stal slechts 1 tot 3° C hoger dan de buitentemperatuur (positief verschil tussen binnen en buiten). Het verschil komt doordat de dieren warmte uitstralen.
Geringe temperatuurverschillen zijn meestal een aanduiding dat het gebouw voldoende geventileerd is.
Dak isolatie
Het aanbrengen van geïsoleerde dakplaten op het dak van stallen heeft verschillende redenen:
· in de winter om warmteverlies via het dak te beperken en een temperatuurverschil tussen binnen en buiten te verkrijgen;
· in de zomer om de verhitting door de zon, die de daktemperatuur tot 60, ja zelfs tot 80° C kan doen oplopen te verminderen en zodoende door straling en door convectie de taltemperatuur opdrijft;
· om een gladde zoldering te creëren die de met hoge snelheid binnenkomende luchtstroom toelaat zijn weg te volgen zonder op hindernissen te stuiten;
· de stallucht gemakkelijker via de nok af te voeren;
stallen voor het vetmesten van stierkalveren) en waarvan het dak donkerkleurig is, volgens de voorschriften van stedebouw of die betreffende integratie in het landschap, moeten vaak wel geïsoleerd worden om overdreven temperaturen tijdens de warmste maanden van het jaar (juni, juli, augustus) te vermijden. Boven 22-24° C verwekken ze thermische stress bij dieren in de groei- en vetmestingsfase en vooral dan in de afmestingsfase. Nu is thermische stress niet alleen nadelig, want die hoopt de dieren tot het inwerkingstellen van een warmte- afweermechanisme (hijgen, zweten, …), waardoor hun voedselopname vermindert om minder calorieën te produceren
|